START

Wie zijn wij?

Wat willen wij?

Locatie

Concerten

Sponsor-mogelijkheden

Kaarten reserveren

Contact

Links

.

De Oude Abdij van Drongen

De oorsprong van de abdij van Drongen heeft te maken met de oprichting in de 10de eeuw van een gemeenschap van seculiere kanunniken bij de toenmalige Onze-Lieve-Vrouwekerk. Zij bedienden het heiligdom waar de relieken van de H. Gerolf sinds 915 rustten. Onder impuls van Iwein, graaf van Aalst en heer van Drongen, werd het seculiere kapittel in 1138 omgevormd tot een Norbertijnenabdij.

De abdij, die al gauw een grote bloei kende, herbergde een veertigtal bewoners die zich vooral aan zielzorg en landbouw wijdden en in de omgeving verschillende pastorijen en uitgestrekte gronden bezaten.

Als wapen kiest de jonge gemeenschap voor een witte zwaan drijvend op het water en de wapenspreuk ‘Vita brevis’ (het leven is kort).

In 1578 worden de paters verdreven door de Gentse Calvinisten. De abdij wordt geplunderd, openbaar verkocht en grotendeels gesloopt. De bewoners vinden onderdak in hun refugehuis ‘Hof van Drongen’ (Patershol) te Gent.

Pas in 1609 worden hun bezittingen teruggeschonken en begint de heropbouw van kerk en abdij. In 1698, na een verblijf van 120 jaar in Gent, keert de gemeenschap van 31 Norbertijnen onder abt Claudius Steuperaert terug naar Drongen. Veelbetekenend is de wapenspreuk van abt Steuperaert: ‘Non sine spinis’ (Niet zonder doornen / zorgen).

In 1796 dringt de Franse Revolutie in onze gewesten door. Een jaar later worden de Norbertijnen door de Franse sansculotten verjaagd. De bezittingen worden genationaliseerd en verkocht.
Het koor van de kerk wordt afgebroken. De rest van de kerk zal sneuvelen in 1858.

De eerste zogenaamde industriële revolutie bracht Lieven Bauwens naar de Drongense abdij, die er in 1804 zijn tweede katoenspinnerij oprichtte. Bij zijn dood in 1822 is hij zo goed als bankroet.
De abdij wordt verkocht en gedeeltelijk omgebouwd tot een meekrapfabriek.

In 1837 kopen de jezuïeten de gebouwen om er hun noviciaat te vestigen. Tot het begin van de jaren 1960 zal de Oude Abdij vormingshuis van de jonge jezuïeten blijven. Dan wordt het hele huis bezinnings- en vormingscentrum, op de voormalige abtswoning na, die een rusthuis wordt voor bejaarde paters.

Sinds 2002 wonen ook drie families in de abdij die samen met enkele medewerk(st)ers het bezinningscentrum dragen en instaan voor het programma (www.oudeabdij.be).

De neogotische kapel

In de tweede helft van de 19de eeuw gaven de Jezuïten aan baron Jean-Baptiste Béthune, een van de grondleggers van de neogotiek, de opdracht om een nieuwe huiskapel te bouwen.
Ze werd ingewijd in 1878.

De neogotiek is een stroming in de bouwkunst die in de geest van de romantiek een terugkeer naar de Middeleeuwse cultuur voorstaat. Ze wil daarbij aansluiten bij de christelijke stijl bij uitstek: de gotiek.
Ontstaan in Engeland, vindt zij al gauw aanhangers op het vasteland.

De neogotiek wordt een brede beweging die alle kunstrichtingen wil doordringen.
Béthune (1821-1894) is een van de belangrijkste vertegenwoordigers. Hij bouwde onder meer de abdij van Maredsous en stichtte de Sint-Lucasscholen. Daarbij beperkte deze veelzijdige man zich niet tot het ontwerpen van gebouwen, hij realiseerde ook interieurs, brandglasramen, schrijnwerk, textiel, meubilair en muurschilderingen.
Daarbij hanteerde hij ook zelf de verfborstel: enkele muurschilderingen in Drongen zijn van zijn hand.
De Drongense kapel is een pareltje van neogotiek. Voor de inrichting ervan werden kosten noch moeite gespaard.
Dat blijkt onder meer uit het gepolychromeerd houten retabel van het hoofdaltaar, de muurschilderingen op doek, de brandglasramen en het beschilderd houten gewelf. De kapel heeft bovendien een zeer goede akoestiek, wat haar bijzonder geschikt maakt voor concerten.

.


concertenreeks in de neogotische kapel van de Oude Abdij te Drongen ........